Een mondkapjebaard

Hij vertelt mij wat hem opviel bij de hoedjeswinkel. Een bijzondere dracht. Het gaat niet over kleding of schoenen, niet over shawls of hoedjes. Ook niet over die mensen die vergeten te groeten omdat ze steeds met hun telefoon bezig zijn. Natuurlijk is de telefoon heel belangrijk, het boodschappenbriefje staat erin. En wanneer dat niet gemaakt is, moeten ze al winkelend met het thuisfront bellen. Hij zegt dat hij daar dan stiekem naar luistert en heimelijk moet lachen.

“In onze jonge tijd wisten we een week van tevoren wat we gingen eten, het was de groente die we van de tuin haalden. Het draadjesvlees werd zaterdags gebraden en kwam in de jus-pan, in de kelder bewaard. Het hele huis rook heerlijk naar het gebraad en daar had je geen stopcontactgeurtje voor nodig. We aten veel minder vlees en waren toch gezond.”

Terug naar die bijzondere dracht. “We leven in een tijd dat je alles mag zijn: man, vrouw of van alles wat. Ik vind het prima, maar ook verwarrend. Wat moet ik voortaan zeggen? Goedemorgen, mens….? Bijna iedereen draagt tegenwoordig een baard en dat past in mijn beleving alleen bij mannen. Goed begrijpen hoor, ik bedoel een mondkapjebaard! Het gaat weer voorbij, net als mode, het zijn van die periodes.” Ook hier moet hij heimelijk om lachen.

Posityfke