Burenplicht, zorgpolitie en omtinkers…

In de dorpen binnen de Trynwâlden kennen mensen elkaar.  En als je iemand niet kent dan weet je vaak van zijn of haar bestaan. De vraag is in hoeverre mensen verantwoordelijkheid willen nemen voor elkaars welzijn. Nog niet zo lang geleden bestonden in dorpen en steden ‘reglementen van burenplicht’. Daarin werd, soms zeer gedetailleerd, beschreven welke plichten de buren naar elkaar toe hebben. Die plichten drukten soms zo zwaar dat mensen ontkenden ‘bij de buurt te horen’.

Burenplicht

Op het niet nakomen van burenplicht stond een boete. Naast plichten als het bieden van zorg en het geven van hulp bij begrafenissen, waren er ook ‘verplichte buurtfeesten’. Ook wie daar niet verscheen kon een boete krijgen. Wijkmeesters keken toe op de uitvoering van die plichten en fungeerden als een soort van ‘zorgpolitie’.  Er was ook kritiek op deze burenplichten. De gemeente Leeuwarden werd er van beticht middels ‘burenplicht’ op een goedkope manier haar sociale verantwoordelijkheid te ontlopen door deze maatschappelijke lasten bij de buren neer te leggen.

Sociale wetgeving: WLZ en WMO

Wat betreft begraven en zorg werd de burenplicht in de 20e eeuw vervangen door begrafenisverenigingen en het ‘Groene Kruis’. Veel dorpen hebben nog een begrafenisvereniging. Het ‘Groene Kruis’ hield het vol tot 1989 en werd bekend door de wijkverpleegsters en het verschaffen van zorghulpmiddelen. Het ‘hulpmiddelencentrum’ is er een overblijfsel van.  In 1989 werd besloten om alle ‘Groene Kruis’ verenigingen op te heffen en alle zorg via de AWBZ  (Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten) te regelen. Tegenwoordig is er de WMO (Wet Maatschappleijke Ondersteuning) en de WLZ (Wet Langdurige Zorg). De gemeentes gaan over het WMO-geld. Zorgkantoor Friesland gaat hier over het geld voor de langdurige zorg. Als gemeenschap financieren we  dit voor een deel door het betalen van belastingen en premies. Voor een ander deel ontvangen we via CAK of zorgondernemer individueel de rekening .

Dorpsteams, omtinkers en ‘bemoeienis’

Tegen bovengenoemde achtergrond is een idee als Trynwâlderein niet iets nieuws. Vraag is wel in hoeverre ouderen die zorg nodig hebben zitten te wachten op ‘bemoeienis’ of als beklemmend beleefde sociale controle. Het uitgangspunt dat ouderen, na goede voorlichting, zelf beslissen welke zorg ze accepteren is van groot belang. En daarmee zijn we wel weer een beetje terug bij de ‘dorpsteams’ en  ‘omtinkers’ waarvan de Volkskrant op 29 september 2001 melding maakt. Foeke de Jong zegt daar het volgende:

‘We gaan ervan uit dat burgers zelf de regie kunnen voeren. Om hen daarbij te helpen, gaan vanaf volgende maand in de Trynwâlden vijf à zes ‘dorpsteams’ op pad, die bestaan uit verzorgend, verplegend en huishoudelijk personeel, een welzijnswerker, een dokter en een dominee. Deze mensen hoeven geen formulieren in te vullen, mogen als ze dat willen lekker op de fiets door een dorp crossen. ‘Dan kunnen bewoners weer eens met de ring op het raam kloppen als ze iets nodig hebben. Verder zijn er sinds twee jaar vier omtinkers aangesteld, een nauwelijks te vertalen Fries woord dat zelfs al opduikt in Haagse beleidsstukken. Het zijn een soort makelaars, die de behoefte aan zorg van mensen in kaart brengen, en daarbij een oplossing bedenken. Elke 55-plusser kan een beroep op hen doen.’

Financiering?

In de komende 30 jaar dreigt een gebrek aan professionele zorgverleners. Dit houdt tevens in dat er wellicht minder professionele salarissen uitbetaald hoeven te worden. Het financieren van een Trynwâlderein die daadwerkelijk bijdraagt aan goede zorgverlening hoeft daarom wellicht geen probleem te zijn. Een vergoeding voor vrijwilligers, eventueel in natura, is wellicht een reële eis. Ook hier geldt nog steeds: sociale problemen moeten we niet afwentelen op burenplicht. Zorggelden moeten goed besteed worden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.